Teksten

Se Terrer - Sylvain De Bleeckere

"Se terrer"

De aarde is een naamwoord. De taal laat toe om van vele naamwoorden werkwoorden te maken. Bij 'de aarde' lukt dat niet. Een vreemd iets. Misschien komt het omdat we in onze cultuur de aarde vooral beschouwen als een voorwerp en niet als iets met een eigen werking. Zelfs Genesis leert dat wij ons moeten gedragen als de meesters van de aarde; daarom mogen we met agressieve machines en producten de aarde ongenadig onder het juk brengen. Zonder schaamte verkrachten we met onze agricultuur de vulva van de aarde. Onze heerschappij als een akte van geloof !
Niet iedereen wil heden nog een zoon van Adam zijn. Er zijn  mensen die bezig zijn te beslissen een mens -een Homo sapiens- te worden. Het Latijnse woord Homo is verwant aan het woord 'humus'. Kind van de vruchtbare aarde, zo ziet de Homo zichzelf die de naam mens waardig wordt. In dit humus-perspectief beschouwd, vormen tal van schilders, cineasten, romanciers en dichters uit Vlaanderen en Frans-Vlaanderen een 'humane' school. Hun kunst wortelt niet in de eeuwenlange heerschappij van Adam. Hun werken zijn in de volle zin aardenwerken kunst want ze beoefenen "de trouw aan de aarde",  waarover Nietzsche sprak.

In hun beelden die ontspringen aan deze trouw, weerspiegelt zich de aarde. Daar legt ze haar onderworpen status af. In de aardbeelden onthult ze haar eigen werkende kracht.
De kunst die ontspringt aan de kracht van de 'Humus' straalt de wijsheid van de aarde uit. De 'sapientia' van de Homo sapiens ondergaat in de beeldende ruimte van zijn kunst een metamorfose. Van een wijsheid die voortkomt uit de zelfgenoegzame rede die koortsachtig haar eigen wetenschappelijk en technologisch rijk  uitbouwt, gaat ze over in een wijsheid die grondt in het luisteren naar de adem van de aarde. Deze wijsheid contempleert de sacrale macht van de aardse vruchtbaarheid. Dergelijke wijsheid ziet zijn schilderen als een "se terrer".  De aarde wordt hier door de nieuwe Homo sapiens een werkwoord. De 'huminale' kunstenaar ‘se terre’. Met zijn volle geest 'landt' hij op de aarde. Dat betekent dat hij met zijn blik, zijn handen, zijn voeten en heel zijn wezen gaat staan in het land-schap. Daar ontvangt hij van zijn moeder de aarde de wijsheid die stroomt in de beelden die getuigen van een nieuwe sacraliteit, één die geen oorzaak is van doodslag, één die geen inquisitiekerkers bouwt, geen heksen verbrandt en geen mensenkinderen offert voor God en vaderland; een wijsheid waarvan de vroomheid broos is, zo broos als het herfstblad dat langzaam landt zonder dat het iemand opvalt.

Sylvain De Bleeckere